> Nederlands op de werkvloer

Nederlands op de werkvloer

Quickscan; ontdek in 3 minuten hoe groot de kans is op de aanwezigheid van laaggeletterde medewerkers bij jouw organisatie. In te vullen door leidinggevenden of HR-managers.

 

Stappenplan 

Hoe verbetert u de taalvaardigheid van uw werknemers?

Stap 1: Formuleer uw doel

Op de werkvloer

In een bedrijf waar medewerkers hun VCA diploma moeten halen zijn er een aantal meerdere malen gezakt. Wellicht ligt de oorzaak bij taalvaardigheid dus dit wordt getoetst en blijkt inderdaad zo te zijn. Er wordt een TAAL/VCA-training ingezet waarin de nadruk ligt op de woordenschat van het VCA en op de vraagstelling bij het examen. Daarnaast wordt intensief geoefend op lezen onder tijdsdruk. Enkele deelnemers gaan op voor het mondelinge VCA-examen, anderen doen de schriftelijke variant. Ze slagen allemaal!

Om uw doel helder te krijgen kunt u zichzelf de volgende vragen stellen:

  1. Wat wilt u dat uw werknemers na afloop van de taaltraining kunnen?
  2. Dat werknemers beter met elkaar kunnen communiceren?
  3. Dat ze beter met klanten kunnen communiceren?
  4. Dat ze zich kunnen bij- of omscholen?
  5. Dat een ander takenpakket kunnen krijgen?
  6. Dat ze mee kunnen groeien met de technologische ontwikkeling in uw bedrijf?
  7. Dat ze een VCA kunnen behalen in het Nederlands?
  8. Dat ze de veiligheidsinstructies begrijpen?
  9. Wilt u het ziekteverzuim omlaag brengen?
  10. Iets anders?
  • Voor een optimaal resultaat is het belangrijk dat de thema’s van de taaltraining afgestemd zijn op de specifieke behoeften van uw bedrijf. Bepaal vooraf wat u met het verbeteren van de taalvaardigheid wilt bereiken. Als u dit weet, kunt u een op uw doel afgestemd taaltraject samenstellen. Een goede taalaanbieder is gespecialiseerd in het omzetten van de vraag van een bedrijf in een passend aanbod. Een intake voor aanvang geeft inzicht in wat de medewerker kan en wat nog niet.

Stap 2: Creëer een breed draagvlak binnen uw bedrijf

Taalvaardigheid moet een regulier onderdeel worden en blijven op gebied van P&O. Zorg voor draagvlak binnen het bedrijf, begin bij HR en de leidinggevenden; teamleiders, supervisors, voormannen. Zij vangen vaak als eersten de signalen van een taalachterstand op de werkvloer op. Betrek hen bij het thema. Informeer hen over hoe problemen met taalvaardigheid te herkennen zijn. Teamleiders kunnen vaak een namenlijstje opstellen van werknemers waarvan de taal wellicht verbeterd kan worden.

Organiseer voor HR-medewerkers en leidinggevenden een informatiebijeenkomst over taal op de werkvloer.
Nodig een collega-bedrijf uit dat uit eigen ervaring kan spreken over de inzet van taalprojecten.
De ondernemingsraad (OR) of de personeelsvertegenwoordiging (PVT) van een bedrijf kan de directie of bestuurder adviseren.
Wijs uw medewerkers op het belang van het leren van de Nederlandse taal. Neem het onderwerp bijvoorbeeld op in een nieuwsbrief.

Tip

  • Uit de praktijk blijkt dat de motivatie voor scholing bij werknemers niet altijd even hoog is. Door te starten met een pilottraining wordt taalscholing geleidelijk ingevoerd. De ervaring leert dat goed voorbeeld, goed doet volgen. In een pilot kan ‘de angst voor de schoolbanken of voor de computer’ worden weggenomen. Daarnaast valt of staat alles ook bij een goede trainer die de training niet te zwaar maakt.

Stap 3: bepaal de inhoud van de training

Met wat voor soort training bereikt u uw doel(en)?

Wij onderscheiden vier hoofdsoorten, die ook gecombineerd kunnen worden:

  1. Algemene taaltraining, gericht op algehele niveauverhoging van de taalvaardigheid;
  2. een training gericht op algemene werktaal; (taal gerelateerd aan werken, zoals werkbriefjes, ziekmelding, email beantwoorden, verlof, telefoneren, etc.)
  3. een training gericht op werktaal specifiek in een bepaalde branche of voor uw bedrijf; 
  4. Taaltraining Nederlands gekoppeld aan een opleiding.

Stap 4: bepaal de trainingsvorm en organisatie

Trainingsvormen

Een combinatie van verschillende leervormen heeft het meeste effect. Denk hierbij aan de volgende mogelijke manieren:

  • klassikaal (groepsles)
  • zelfstudie (bijvoorbeeld e-learning)
  • met taalvrijwilligers (taalbuddies)

Bij de meeste e-learning programma’s is er ook nog begeleiding van een trainer

De organisatie

Zorg dat u de antwoorden op de volgende vragen helder heeft voor uzelf:

  1. Wilt u dat de medewerkers in hun eigen tijd hun taalvaardigheid verbeteren of mogen de lessen deels of geheel in werktijd vallen?
  2. Wilt u een aparte ruimte creëren op het bedrijf, waar werknemers met of zonder hulp kunnen werken aan verbetering van hun taalvaardigheid?
  3. Wilt u een traject van uitsluitend één leervorm of kiest u voor een combinatie?
  4. Wilt u de taalscholing verplicht stellen?

Tip

  • U kunt een taalniveau (laten) koppelen aan de functies binnen uw bedrijf. Door per functie een minimum taalniveau vast te stellen, kunt u uw werknemers motiveren of verplichten om (taal)scholing te volgen.
     
  • Deelnemers die twee of meer keer per week individuele of groepslessen volgen en daarnaast de ruimte hebben om online bij te scholen, kunnen in korte tijd veel vooruitgang boeken. Uit de praktijk blijkt echter dat voor laagopgeleide werkenden een traject niet te compact moeten worden ingezet. Voor een groepsgerichte training ‘Taal op de Werkvloer’  bevelen wij één bijeenkomst per week en daarnaast enkele uren zelfstandig online trainen aan. Voor hoger opgeleide werknemers kan een traject intensiever van opzet zijn, denk hierbij aan meer gericht op zelfstudie of binnen een korter tijdvlak.

Praktijkvoorbeeld

Een grote kaasproducent start lokaal met enkele korte groepsgerichte taaltrajecten. Om taalverbetering bedrijfsbreed aan te pakken, neemt het bedrijf contact op met een ontwikkelaar van e-learningmateriaal. Er worden digitale bedrijfsmodules opgezet die werknemers zelfstandig online doorlopen. Eisen en regelgeving rondom certificering, veiligheid en hygiëne vormen de inhoud van de eerste modules. Aan de hand van filmpjes, foto’s, teksten en oefeningen wordt stap voor stap alle bedrijfsspecifieke informatie doorlopen. De digitale opzet blijkt zeer succesvol. Alle medewerkers gaan aan de slag. Tijdens het proces valt wel op dat een aantal werknemers onvoldoende taalvaardig is om de modules volledig te kunnen doorlopen. Voor deze groep wordt extra taalondersteuning ingezet.

De adviseurs van de leerwerkloketten (taalakkoord@lerenenwerken.nl) en taalaanbieders kunnen adviseren bij het doorlopen van deze stappen. Zij kunnen u ook adviseren over de introductie van taaltraining binnen uw organisatie. Meer dan 45 taalaanbieders hebben zich inmiddels als partner verbonden aan het Taalakkoord: http://www.taalakkoord.nl/taalpartners.